Een dekbed gaat niet zomaar kapot. Het wordt langzaam platter en minder warm, en je merkt het pas als je het met een nieuw dekbed vergelijkt. Toch zijn er duidelijke tekenen dat het tijd is voor een ander. Wie ze kent, hoeft niet te gokken en kan zijn dekbed vervangen op het moment dat het nodig is, in plaats van te vroeg of te laat. Een paar minuten kijken en voelen is genoeg.
Tekenen van slijtage
Let eerst op de vulling. Voel over het dekbed: zit er nog overal evenveel in, of zijn er kale plekken en klontjes? Een goed dekbed veert terug wanneer je het even indrukt. Blijft het dun of plat, dan is de vulling opgebruikt. Schud het dekbed goed op, en kijk of het weer volume krijgt. Lukt dat niet, dan heeft de vulling zijn beste tijd gehad.
Bekijk ook de buitenkant. Zijn de naden losgeraakt, zitten er gaten of schuurplekken, of komt er vulling naar buiten? Dan is het dekbed niet meer goed te gebruiken. Kleine scheurtjes kun je herstellen met een paar steken, maar als de stof overal dun is, houdt het herstel niet lang stand en gaat het volgende gat snel open.
Denk ook aan de geur. Een dekbed dat na wassen en luchten nog steeds muf of zuur ruikt, heeft vocht en vuil diep in de vulling opgenomen. Ook vlekken die niet meer weggaan, wijzen op ver gevorderde slijtage. Hang het dekbed eerst buiten in de lucht, en was het als het etiket dat toestaat, om te zien of het opknapt.
Komt het dekbed na luchten en wassen niet meer bovenop, dan is vervangen verstandig. Een oud dekbed hoeft niet meteen weg: het kan dienen als zachte onderlaag voor de kat of de hond, of als extra laag op een koude logeerkamer. Zo krijgt het nog een tweede leven. Het nieuwe dekbed behandel je dan meteen goed, met regelmatig luchten en schudden. Let ook op het dekbedovertrek: als dat regelmatig gewassen wordt, beschermt het de vulling beter, want dan neemt het dekbed zelf minder vuil en vocht op.